Casino van de Maand
50% Welkomstbonus
tot maar liefst €198,60!

Speel nu in het beste Nederlandse Casino!

Polder Casino is het beste en meest betrouwbare online casino waar je de leukste casino spellen kunt spelen.

Bezoek Polder Casino Nu!

Polder Casino
 
TOP ONLINE CASINOS
 
CASINO AANBIEDING

polder casino

Online Casino 321.com
Bij ons vind je alleen de beste online casino's!

Wij hebben met de grootste zorg de beste en veiligste online casino's uitgezocht. Bij alle casino's die wij aanbieden kun je gemakkelijk en snel met iDeal storten. Elk casino heeft een groot aanbod van spellen. Zo vind je onder andere roulette, blackjack, gokkasten en live casino spellen. We wensen je heel veel plezier en succes toe met het spelen in een van deze casino's!

Beste Online Casinos

# Casino Naam Waardering % Bonus Bezoek Review
1 Polder Casino 50% €198

Bezoek

Review

2 Klaver Casino 100% €150

Bezoek

Review

3 No Bonus Casino 0 VIP

Bezoek

Review

4 Casino.com 100% €400

Bezoek

Review

5 Mansion Casino 100% €500

Bezoek

Review

6 Spin Palace 100% €1000

Bezoek

Review

7 Ruby Fortune 100% €750

Bezoek

Review

8 LesAcasino 100% €1000

Bezoek

Review

9 Club777 Casino 100% €777

Bezoek

Review

 
Casino Promotie

NL veiligste casino!
Polder Casino

Speel in Nederlands veiligste online casino en pak de welkomstbonus van €198,60

Registreer nu bij Polder Casino
Belgie Casino

Onze grootste Benelux partner, die tot nu toe wat stiefmoederlijk is bedeeld in het historische overzicht, willen wij thans het eerst aan de beurt laten komen. Het is namelijk gemakkelijker te beschrijven hoe de zaken in België er thans voorstaan dan nauwgezet de historische ontwikkeling daar te lande te schetsen. Die ontwikkeling is nogal grillig geweest, aangezien men nooit een vaste koers heeft gevaren, maar steeds heeft geïrn proviseerd. Zij die denken dat in België “alles mag”, vergissen zich deerlijk: in de vorige eeuw werd weliswaar in Oostende en Spa op gezette tijden lustig roulette gespeeld, maar daar gold – evenals bij ons tot 1886 het geval was – het nog steeds bestaande artikel 410 van de Code Pénal (Wetboek van Strafrecht uit de tijd van Napoleon). Een boekje als dit leent zich niet voor een uitvoerige uiteenzetting omtrent de diverse wijzen waarop onze zuiderburen zich uit deze situatie redden. En evenmin zullen wij ons begeven in een opsomming van de ontelbare pogingen die de Belgische regeringen successievelijk hebben aangewend om de zaak nu eens goed op poten te zetten. We volstaan met te zeggen dat sedert 1902 in België een absoluut verbod van publiek hazardspel bestaat. Verder, dat sedert jaren een wetsontwerp (Vranckx) op stapel staat dat beoogt de casino’s een wettelijke basis te geven, doch dit ontwerp is nog steeds niet in behandeling gekomen, vermoedelijk omdat geen van de betrokken partijen (voornamelijk casino’s en de fiscus) er veel fiducie in heeft.

Men houdt zich liever bij het oude, vertrouwde système de la tolérance (tolerantiesysteem), dat in de praktijk blijk heeft gegeven, optimale resultaten op te leveren. De casino’s worden over het algemeen voorbeeldig gerund en de badplaatsen zowel als de fiscus varen er wel bij. Wij bepalen ons verder tot het beschrijven van deze casino’s. De etablissementen, acht in getal, bevinden zich (alfabetisch) in de volgende badplaatsen: Blankenberge, Cbaudfontaine, Dinant, Knokke, Middelkerke, Namen, Oostende en Spa. Men ziet dat ze, naar ‘s lands wijs, netjes verdeeld zijn in vier Vlaamse en vier Waalse. Al deze casino’s zijn het eigendom van de betrokken gemeenten en er wordt alles aan gedaan om ze zo goed mogelijk aan hun bestemming: een centraal trefpunt in de badplaats, te doen beantwoorden. Zonder twijfel het fraaiste en qua omzet belangrijkste casino is dat van Oostende. Het werd door de stad gebouwd en in het begin van de jaren vijftig geopend, nadat het oude Casino-Kursaal in de oorlog was verwoest en men zich daarna gedurende enkele jaren had beholpen met een paar zalen in het stedelijk theater. Het gebouw heeft een prachtige, grote concertzaal, grote speelzalen, restaurants en kleinere zalen en kan als voorbeeld gelden voor een modern casino. Oostende mag zich gelukkig prijzen dat men de zaak zo spoedig na de oorlog heeft aangepakt, want een dergelijk gebouw zou gezien de grote investering thans niet meer rendabel te maken zijn. Next best wat inrichting betreft is het uit 1930-1931 daterende casino te Knokke-Albertstrand. (Naar omzet gerekend komt dit casino na dat van bijvoorbeeld Namen, dat zijn grotere omzet aan de nabijheid van Brussel te danken heeft.) Het casino te Knokke werd gesticht door Josef Nellens, een vooruitziend man, die de verdienste toekomt Knokke de eerste grote stoot bij zijn opkomst te hebben gegeven. Hij liet het casino op zijn kosten bouwen en deed het vervolgens aan de gemeente cadeau, onder voorwaarde dat hij het een aantal jaren zou mogen exploiteren. Dit was een handige zet, want in de jaren twintig was het niet zo zeker als nu dat het spel getolereerd zou blijven. De acht genoemde gemeenten waren eigenlijk pas na de Eerste Wereldoorlog met hun bedrijven gestart en het zou tot 1930 duren eer ze, wat men zou kunnen noemen, vaste grond onder de voeten kregen. Toen werd namelijk een fiscale wet aangenomen waarbij besloten werd belasting te gaan heffen van de zogenaamde “verboden spelen”. Wij zeggen zogenaamde, want niet ten onrechte redeneerden de Belgische casino-exploitanten dat een dergelijke wet, waarin zelfs de spelen roulette en baccara met name werden genoemd, de verbodsbepaling van 1902 “abrogeerde” (buiten werking stelde). Van dat moment af zat men op rozen en Gustaaf Nellens, die tegen het einde van de jaren dertig zijn toen overleden vader opvolgde, zette zijn jeugdige schouders op energieke wijze onder de exploitatie van de casino’s van Knokke en van Oostende. Onmiddellijk na de oorlog ging hij de zaken op nog grotere schaal aanpakken: nadat hij Oostende had laten vallen wegens de te hoge huur die de gemeente voor het nieuwe casino wilde berekenen, wierp hij zich met alle kracht die in hem was (en die was niet gering), op Knokke. Hij spaarde kosten noch moeite om deze badplaats tot het onbetwiste eerste toeristencentrum van België te maken. Hij stichtte hotels (onder andere het prachtige La Réserve), organiseerde concerten, engageerde kunstenaars van wereldformaat, vooral op het gebied van de lichte muze, liet in zijn prachtige zalen kunstwerken van grote waarde ophangen, bijvoorbeeld een meesterwerk van James Ensor, De intocht van Christus in Brussel. en richtte jaarlijks tentoonstellingen in van wereldberoemde schilders en beeldhouwers. Dit alles werd mogelijk gemaakt door de winsten van het casino, een bewijs te meer van de heilzame wisselwerking tussen casino’s en de glamour van badplaatsen. Door zijn ontijdig overlijden in 1971 ging de zaak over in handen van zijn zoon Jacques, die, nourri dans Ie sérail, zeer deskundig dus, dezelfde lijn blijft volgen.

Zoals reeds gezegd, wordt in de Belgische casino’s slechts roulette en baccara gespeeld, om de eenvoudige reden dat toen men met de exploitatie begon, de nieuwe casinospelen, zoals black-jack, nog niet in zwang waren. Hier ziet men eigenlijk een handicap van het tolerantiesysteem, want nu de fiscale wet slechts eerstgenoemde beide spelen vermeldt, zou die wet gewijzigd moeten worden voor het invoeren van andere spelsoorten. Doch voor wetswijzigingen voelen de exploitanten weinig, bevreesd als zij zijn dat verandering mogelijk geen verbetering is.

Vermeldenswaard is nog dat men in België roulette speelt zonder zero. Er bestaat daar namelijk een oude, waarschijnlijk nog uit het Romeinse recht afkomstige regel, luidend dat bij geen enkel spel “de gelijkheid der kansen” voor de spelers mag worden verbroken. Nu is het duidelijk dat die gelijkheid der kansen het spel voor de bank onrendabel zou maken. Immers, waar zou dan de winst vandaan moeten komen? Daarom wordt van iedere winst van de speler 7% afgehouden en de opbrengst van deze taks (belasting) wordt tussen bank en overheid verdeeld. Daardoor krijgt de bank dus een ruime compensatie voor het verlies van de 2,7% die bij een normale roulette met zero de meer kans van de bank boven de speler uitmaakt. Een tijdrovend en hinderlijk gedoe, doch wat doet men al niet als men het van de “tolerantie” moet hebben?

De Belgische casino’s zijn alle van behoorlijk formaat, behalve die van Dinant en Middelkerke, die niet goed mee kunnen komen. Dat van Namen wordt, doordat Brussel betrekkelijk dichtbij ligt, het drukst bezocht. Daarop volgen die van Oostende en Chaudfontaine (wegens de nabijheid van Luik). Het casino van Knokke is natuurlijk meer een seizoenbedrijf, maar draait toch ook in de winter nog gedurende de weekends met vier lot acht tableaus roulette plus één of twee baccaratafeIs. ‘s Zomers wordt het aantal tableaus gemakkelijk uitgebreid tot vijftien à twintig. Vooral de dicht bij de Nederlandse grens gelegen casino’s (Knokke, Chaudfontaine, Blankenberge en Oostende) maken gebruik van de diensten van Nederlandse gokbus ondernemers. Men dient af te wachten of hierin na de opening van onze eigen casino’s verandering komt. De eigenaars van de gok bussen menen van niet, maar wij zien het anders.

Nederlands Casino

Hoewel wij in het historisch overzicht van de ontwikkeling van de casino’s in Europa er al even op hebben gewezen dat Nederland thans eindelijk mee kan doen in dit Europees concert, menen wij toch dat in een werkje als dit een korte beschrijving van de geboorte van onze nieuwe Wet op de Kansspelen niet mag ontbreken.

Laat ons beginnen met te constateren dat het toerisme in ons land eerst vrij laat op gang is gekomen, later dan in de meeste van de ons omringende landen. Dit mag geen wonder heten, in de eerste plaats natuurlijk wegens ons klima.at. In de tweede plaats zal ook de Pieter Stastokmentaliteit die zich in het begin van de vorige eeuw van ons volk meester had gemaakt, er niet vreemd aan zijn gewrest: terwijl in Engeland en Frankrijk het badplaatsleven zich reeds in de tweede helft van de achttiende eeuw begon te ontwikkelen (ondanks het toch ook daar niet altijd milde klimaat), was het zich ontkleed in zee begeven hier nog niet ingeburgerd. Brighton, Dieppe en Oostende waren reeds badplaatsen toen Jacob Pronk in 1819 zijn eerste schuchtere poging mocht ondernemen om met een “badhuisje” te Scheveningen van start te gaan. Ofschoon dit baanbrekende initiatief gevolgd werd door het stichten van het gemeentelijk badhuis, dat reeds aanzienlijk meer allure had (1826-1828), ontwikkelde zich het badleven niet op spectaculaire wijze.

Het is dan ook des te opmerkelijker dat enkele ondernemende notabelen, die blijkbaar inzagen dat een concurrerende badplaatsexploitatie eiste dat men niet ongunstig afstak bij buitenlandse voorbeelden, reeds op 5 november 186/ een adres richtten tot de gemeenteraad, “houdende verzoek om vergunning ten einde in een der localen van het Stedelijk Badhuis te Scheveningen te mogen daarstellen en in werking brengen een Cercle of Speelbank alwaar het Trente en Quarante alsmede de Roulette zou mogen worden gespeeld.”

De vroede vaderen moeten danig geschrokken zijn, want hun antwoord luidde kort en bondig: “Ten dien aanzien moeten Burgemeester en Wethouders verklaren dat de inwilliging van dit verzoek naar hun gevoelen, strijdig met de Wet (art. 410 van het Wetboek van Strafrecht) en bovendien ook uit verschil/enden hoofde. minder wenselijk zou zijn te achten; weshalve zij, al mochten zij daartoe bevoegd zijn, geen vrijheid zouden vinden te adviseren om Gemeente lokalen daartoe beschikbaar te stellen.”

Twintig jaar later volgde een soortgelijk verzoek van een andere deftige club tot het in erfpacht afstaan “aan de te stichten Vennootschap ‘Casino’ voorden tijd van 99 jaren een strook duingrond ter grootte van 5000 M2 gelegen aan de westzijde van de Wassenaarsestraat tussen de villa Mess en Hotel Garni, om daar te stichten een Casino met theater en aangrenzende tuin”.

Waarschijnlijk kregen deze initiatiefnemers de overtuiging dat hun verzoek kansloos was, althans het werd ingetrokken en omgezet in een verzoek tot de exploitatie van een “skating-rink” (sic).

Toen tijdens de zitting van de Haagse gemeenteraad van 25 januari 1883 het verzoek van de oprichters van de Maatschappij Zeebad Scheveningen tot het oprichten van het Kurhaus in behandeling kwam, sloeg, om een tijdgenoot te citeren, “den zwak moedigen de schrik om het hart. Enkele leden hadden op het plan voor het nieuwe Kurhaus een lokaal zien aangeduid als ‘sociëteit’. Zij vreesden dat het Kurhaus in een formeel speelhol zou ontaarden en dat het fatsoenlijk publiek daarom Scheveningen zou mijden.”

Vermoedelijk zijn deze .zwak moedigen” gerustgesteld, want het ontwerpcontract werd twee dagen later met 22 tegen 11 stemmen aangenomen. Niettemin was ondertussen door vele ingezetenen nog een monsteradres op touw gezet, waarin de raad met “den meesten aandrang” verzocht werd niet over te gaan tot het sluiten van de overeenkomst. En onder hun argumenten vindt men weer de angst “dat van het badhuis noodwendig een speelhuis zou worden gemaakt”. Het mocht niet baten, want het ontwerp was reeds aangenomen, maar het had tot gevolg dat het raadslid Mock, die de overeenkomst als een “fataliteit” en “een gewaagde sprong in het duister” bestempelde, op grond van de raadsbeslissing zijn ontslag nam als lid van de raad. De geschiedschrijver tekent hierbij fijntjes aan: “Wij moeten hier als verontschuldiging aan toe voegen, dat de Heer Mock 83 jaren oud was.” Ondanks de gebleken angst voor het ontaarden van het Kurhaus in een speelhol, had de Maatschappij Zeebad Scheveningen enkele jaren later de moed in een van de vleugels van het Kurhaus (en later in E.M.S.-verband in de zogenaamde Casinozaal van het Oranjehotel) een club op te richten die onder de naam Club de Schéveningue gelegenheid gaf tot het spelen van baccara. Dit was echter een streng besloten gezelschap, waartegen men toen (wij spreken van de periode tot 1911) blijkbaar nog niet kon of niet wilde optreden.

De zogenaamde Zedelijkheidswet-Regout maakte daaraan echter abrupt een einde. Het nieuwe artikel 254bis van het Wetboek van Strafrecht, dat in 1911 van kracht werd, noopte de club tot sluiting.

Het zou tot 1933 duren voor de Maatschappij Zeebad Scheveningen andermaal de knuppel in het hoenderhok gooide met het Straperlospel, dat wij reeds even ter sprake brachten. Dit experiment moest wel verkeerd aflopen, omdat het tot een onbeschrijfelijke speelchaos in het hele land leidde.

Het werd – zoals reeds gezegd – gevolgd door wat men zou kunnen noemen de eerste doorbraak naar de moderne tijd, namelijk het adres van de raad van beheer van de Exploitatie Maatschappij Scheveningen aan de ministerraad (van 1934) tot het toestaan van gereglementeerd publiek hazardspel. Als men ziet hoe steil de regering-Colijn daarop toen nog reageerde (het verzoek werd eigenlijk geen antwoord waardig gekeurd), dan begrijpt men dat het nog veertig jaar heeft moeten duren eer de mentaliteit hier te lande zich met deze materie vertrouwd had weten te maken.

De grote ommekeer kwam eigenlijk door de oorlog, die ook zoveel andere heilige huisjes (als bijvoorbeeld de ontwapening) ondersteboven heeft geworpen. Reeds tijdens de oorlog gaven de Duitse bezetters vergunning tot het organiseren van de totalisator op de paardenrennen. Zij benaderden eveneens de Scheveningse directie met een plan om in het Kurhaus de roulette toe te laten. Men voelde er toen niets voor om principiële redenen. Bovendien zou de evacuatie van de kuststrook dit plan illusoir maken.

Merkwaardig was dat de totalisator na een korte onderbreking in 1948 door de Nederlandse autoriteiten opnieuw werd ingevoerd. Wat vroeger nooit gelukt was, bleek via de door de oorlog veranderde mentaliteit opeens wel mogelijk. Onnodig te zeggen dat de ijveraars voor een gereglementeerde roulette uit deze omstandigheid moed putten tot het hervatten van hun pogingen. Daarvoor was dan ook alle reden: men had steeds nul op het rekest gekregen op grond van ethisch-religieuze opvattingen. De orthodoxe protestanten verwierpen het spel als een uitvinding van Satan, de ethische socialisten keerden zich tegen het verdienen van geld zonder arbeid. Was dan echter de totalisator, die andere vorm van gokken (om de Staatsloterij, die al zo lang bestond dat men eraan gewend geraakt was, maar buiten beschouwing te laten), niet even verwerpelijk? Werden de hartstochten daardoor niet evenzeer opgewekt en was dat ook niet een middel om zonder werk geld te verdienen? Misschien zagen de tegenstanders dit ook wel in, maar hun redenering was kennelijk: tot hiertoe en niet verder. Toch bleven de badplaatsen door hameren op dit voor deze plaatsen zo vitale belang. Ze kregen nieuwe moed toen de sportprijsvragen werden toegelaten.

Hoe hardnekkig de afkeer van casinospel bij de gezworen tegenstanders was, bleek andermaal toen in 1964 de Wet op de Kansspelen in behandeling kwam. De aanleiding tot die wet was de langzamerhand ontstane behoefte om alle wettelijke bepalingen omtrent kansspelen op meer overzichtelijke wijze bij elkaar te brengen. Sedert 1905 had men al de Loterijwet en daaraan was in 1961 een titel over bovenbedoelde sportprijsvragen vastgeknoopt. Ondertussen was ook, in verband met het invoeren van de paardentotalisator in 1948, artikel 254bis W.v.S.

gewijzigd. De Commissie Loterijwezen kreeg dus van de Minister van Justitie opdracht meer orde in deze materie te scheppen. Ze bood op 20 juni 1963 haar eindrapport aan, vergezeld van een voorontwerp van een Wet op de Kansspelen. Zodra het definitieve ontwerp in de Tweede Kamer in behandeling kwam (oktober 1964), bleek dat de regering ook thans haar geweten niet had durven belasten door van de gelegenheid gebruik te maken om eindelijk de zo lang gekoesterde wens van de toeristencentra in vervulling te doen gaan met de invoering van gereglementeerd casinospel. De heer Scholten van de CHU uitte zijn voldoening hierover door te zeggen: “dat wij volledig achter de regering staan wanneer zij stelt, dat evenmin als thans, in de toekomst voor het gelegenheid geven tot hazardspel vergunning zal worden gegeven. Wij achten de gevaren voor de geestelijke volksgezondheid, die roulette en soortgelijke kansspelen met zich brengen, zodanig groot, dat wij, alle aandrang uil met name de vreemdelingenindustrie ten spijt, tegen het mogelijk maken daarvan ons krachtig zouden verzetten.”

AI wierpen mevrouw Van Someren-Downer en anderen krachtige argumenten in de strijd voor een gekanaliseerde roulette, het mocht niet baten.

Nadat minister Y. Scholten nogmaals had uiteengezet dat hij het wel met de voorstanders van de roulette eens kon zijn, dat er getwist kon worden over het principiële verschil wanneer er ,.gerouletteerd” dan wel “gevoetbaltotood” wordt. “Maar,” voegde hij eraan toe, “de gehele sfeer waarin de roulette zich bevindt, is toch wel anders.” Om te besluiten: .. Dit heeft de regering niet gewild. Qua spel, qua vorm en qua entourage heeft zij dit ongewenst geacht. Ik zou daar toch wel graag bij willen blijven.” De minister kreeg zijn zin. Het wetsvoorstel werd in de toenmalige vorm, dus zonder casinospelen, aangenomen. Dit betekende een geduchte slag voor de voorstanders. Immers, nu deze gelegenheid niet was benut, zag het er voor de naaste toekomst somber uit.

In ieder geval kon men zich toen moeilijk voorstellen, dat nog geen tien jaar later eindelijk de overwinning zou worden behaald.
Maar in die tien jaar heeft zich ook heel wat afgespeeld en is er veel verwezenlijkt dat vroeger niet bestaanbaar leek. Toch zou de redding niet komen van regeringszijde, doch van een gelukkig initiatief uit de Tweede Kamer.

Zonder in politieke beschouwingen te willen (of kunnen) treden, signaleren wij terloops de politieke verschuivingen die zich in die jaren langzaam voltrokken. Men zag met name dal de partijen die zich steeds het meest tegen het casinospel hadden verzet, te weten de protestantse, minder Kamerleden gingen tellen, terwijl de fracties van de voorstanders in omvang toenamen. Vooral de VVD, die steeds de liberale gedachte op dit punt had verkondigd, zag omstreeks 1970 de kans schoon om overleg te plegen met de KVP, die ook steeds welwillend tegenover het probleem had gestaan. Het gevolg was dat beide partijen in hun verkiezingsprogram een punt opnamen ten aanzien van een mogelijk initiatiefvoorstel tot invoering van gereglementeerd casinospel. Hier gloorde een geheel nieuw perspectief, een perspectief dat werkelijkheid werd toen in het zittingsjaar 1971 Mr. A. Geurtsen (VVD) en Dr. Th.E.E. van Schaik (KVP) hun voorstel tot wijziging van de Wet op de Kansspelen bij de Kamer indienden. Ofschoon dit voorstel nog andere nieuwigheden, als lotto en winkelweekacties, behandelde, zullen wij ons daarmee niet inlaten. Hoofdzaak is dat de nieuwe titel over casinospelen erin stond en dat de initiatiefnemers zich hadden laten leiden door de overal om ons heen in het buitenland bestaande voorbeelden. Hoe zou het ook anders kunnen: wil men meedoen in het internationale casinoconcert. dan mag men qua opzet niet te zeer afwijken van hetgeen elders geldt.

Nadat de verkiezingen van eind 1972 nog enig oponthoud hadden veroorzaakt, kwam het voorstel in april 1973 in openbare behandeling in de Tweede Kamer. De oppositie was heviger dan ooit tevoren. De heren Schakel en Scholten, respectievelijk van AR en CHU, weerden zich geducht Het hele arsenaal van waarschuwingen tegen dreigend gevaar van ontsporingen, ellende voor het gezinsleven en nog veel ergere dingen, werd weer te voorschijn gehaald en met verve ten beste gegeven. Dit geschiedde onder het goedkeurende gemompel van vele vertegenwoordigers van de clandestiene gokgelegenheden, die op de tribune hadden plaats genomen, voelend dat er over hun wel en wee werd beschikt. Er kwam zelfs een amendement van de tegenstanders in stemming waarmee beoogd werd de hele titel over de casinospelen uit het ontwerp te verwijderen. Bij de stemming daarover kon men een speld horen vallen: het was met recht het 10 be or not to beo het zijn of niet zijn van onze casino’s waarover gestemd zou worden. Met een zucht van verlichting vernamen de voorstanders dat het amendement was afgestemd. Men kon nu eigenlijk en eindelijk het resultaat van de behandeling met vertrouwen tegemoetzien. Het slot was dat het voorstel met een behoorlijke meerderheid werd aangenomen: 69 tegen 57 stemmen. Nadat de stemming in de Eerste Kamer, die op 4 september 1973 plaatsvond, een nog grotere meerderheid te zien had gegeven (44 tegen 19), duurde het, voornamelijk door een belastingkwestie, waarop wij terugkomen, bijna een jaar voor de wet door publicatie in het Staatsblad geldigheid had gekregen. Maar toen was het groene licht ook gegeven en kon men aan het werk gaan.

 
polder casino